Geschatte leestijd: 6-8 minuten
Wanneer existentiële twijfel ons confronteert met de menselijke beperking, wordt de fundamentele vraag gesteld: is er een grens aan Goddelijke interventie? Een analyse van Bijbelse theologie onthult de onbeperkte aard van Zijn almacht.
Wanneer ongeloof ons overvalt, wordt de vraag gesteld: Is dit te wonderlijk voor God? Deze existentiële twijfel raakt de kern van onze theologie en onze Godsbeeld. Het gaat niet om ons vermogen tot geloven, maar om Zijn fundamentele capaciteit tot handelen. De Schrift beantwoordt dit met een consistente stelling: Niets is te wonderlijk voor de Eeuwige.
1. De Premisse van de Schepper: Gods Kosmische Autoriteit
De meest basale theologische premisse is Gods identiteit als Schepper. De omvang van Zijn macht wordt afgeleid van het feit dat Hij het universum uit het niets tot stand riep (*ex nihilo*). De profeet Jeremia erkent Gods creatieve daad als het ultieme bewijs van Zijn onbegrensde vermogen. Zijn gebed fungeert als een theologische verklaring:
’Ach, Heere HEERE! Zie, Ú hebt de hemel en de aarde gemaakt door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekte arm. Niets is voor U te wonderlijk.‘ (Jeremia 32:17)
Als God de architect en uitvoerder van de kosmos is, dan is er geen complexe persoonlijke problematiek die Zijn bereik of kracht te boven gaat.
2. De Openbaring van El Shaddai: Macht Boven de Logica
De term El Shaddai (God de Almachtige) introduceert Gods vermogen om te handelen contra logica – tegen de menselijke verwachting en de wetten van de natuur in. De Naam werd aan Abram geopenbaard toen hij, gezien zijn leeftijd, elk natuurlijk recht op nakomelingen had verloren. Deze Goddelijke zelfopenbaring in Genesis 17:1 plaatst de belofte boven de menselijke fysiologie en logica: ‘Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht.’ Gods almacht is de garantie voor Zijn verbondsgetrouwheid, zelfs wanneer menselijke omstandigheden dit uitsluiten.
3. Hyper-Perissou: De Transcendente Dimensie van Gebed
De apostel Paulus introduceert in Efeze 3:20 een concept dat verder reikt dan de meetbaarheid van Gods handelen. Hij stelt dat Gods vermogen ons eigen voorstellingsvermogen of gebed te boven gaat (*hyper ek perissou* – overvloedig, bovenmatig veel). Dit is de transcendentie van Zijn macht:
Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is, Hem zij de heerlijkheid… (Efeze 3:20-21)
Dit garandeert dat God niet wordt beperkt door de schaal van onze vraag, noch door de reikwijdte van onze menselijke cognitie. Het roept op tot een verruiming van de verwachting in het licht van Zijn onbegrensde soevereiniteit.
4. Holistische Soteriologie: Macht over Zonde én Materie
De genezing van de verlamde man in Mattheüs 9:1-8 dient als een cruciale illustratie van holistische soteriologie (leer van het heil). De schriftgeleerden beperkten de macht van God tot het spirituele domein (vergeving van zonde). Jezus’ actie om de man zowel te vergeven als fysiek te herstellen, bewijst de totale, ongedeelde autoriteit van de Zoon des Mensen. De fysieke genezing fungeerde als empirisch bewijs voor de vergeving van de zonde. Zijn macht is dus niet slechts spiritueel; het omvat de gehele menselijke en materiële realiteit.
Conclusie: De Oproep tot Theologische Coherentie
De Bijbelse narratieven bieden een eenduidig antwoord op de twijfel: **Niets is voor God te wonderlijk.** De uitdaging voor de gelovige is de overgang van een intellectueel akkoord naar een praktische theologie die deze almacht internaliseert. Dit vereist een actieve tegenspraak van het ongeloof, gebaseerd op de feiten van Zijn Schepping, Zijn Naam, Zijn transcendentie en Zijn werk in Christus. Spreek tegen het ongeloof. De werken van de HEERE zijn de fundering voor uw getuigenis (Psalm 118:17).
Door Ruben Soputan